Golfregels

Elke sport kent regels.
                                                                                                              
Bij voetbal en hockey zijn de afmetingen van de goals, het veld en elk lijntje precies vastgelegd. Bij tennis mag de bal niet buiten de lijnen en bij tafeltennis niet buiten de tafel. Die spelregels zijn er niet om de spelers te pesten, maar om ervoor te zorgen dat hun prestaties kunnen worden vergeleken.
 
Zo is het ook met golf. Op iedere golfbaan in de wereld zijn de holes even groot en diep, mag er maar met bepaalde ballen en stokken worden gespeeld en moet je terug als je een bal "out of bounds" (buiten de baan) slaat. Wie zich niet aan deze en andere spelregels houdt, speelt geen golf en maakt dat zijn prestaties niet meer kunnen worden vergeleken met die van andere spelers en met de eigen handicap.
 
De golfregels doen echter meer. Ze helpen de speler namelijk als hij eigenlijk niet verder zou kunnen. Hoofdregel is immers dat de bal alleen met een stok geslagen mag worden. Als de bal vast tegen een boomstam ligt of diep in het water, dan kan dat niet. De golfregels geven dan een oplossing. Wie die oplossing volgt, maakt dat zijn prestaties nog steeds kunnen worden vergeleken.
 
Jammer genoeg houden spelers zich niet altijd aan alle regels. Dat is gelukkig meestal geen onwil. Vaak kennen deze spelers de regel niet (meer). En dan gaat het niet eens om hele ingewikkelde situaties. Een bal onnodig opnemen om die te identificeren zonder de ligplaats van de bal te markeren (soms met de bedoeling die een beetje beter terug te leggen). De bal droppen bij de plaats waar deze out of bounds ging met als gevolg een afstandvoordeel. Het zijn maar een paar voorbeelden.
 
Aan wie dat allemaal niet erg vindt is onze nieuwe rubriek niet besteed. Zo'n speler speelt dan alleen niet het spelletje golf zoals dat over de hele wereld wordt gespeeld. Hij/zij accepteert hopelijk dan ook dat zijn of haar uitslagen en handicap met een korreltje zout (moeten) worden genomen.
 
Voor wie de regels eigenlijk best wil kennen en volgen, maar ze misschien te ingewikkeld vindt hebben we een Spelregels Top 10 waarbij gedurende de komende weken een of meer spelregels worden uitgelegd, waartegen het meest wordt gezondigd. Die uitleg is zo eenvoudig dat u de regels voortaan zult kunnen onthouden.
 
Wij denken dat u het echte golfspel dan met meer vertrouwen en plezier speelt en dat de regels u gaandeweg gaan helpen en de kennis ervan u blij gaat maken. Een voorproefje: als u denkt, of zeker weet, dat u bij een onspeelbare bal alleen maar mag droppen binnen twee stoklengten, mist u twee opties die vaak helpen. Kijk maar eens in Regel 28.
 
Dan na deze introductie maar meteen van start met de eerste van de Spelregel Top 10
 
Regel 1 - Identificeren van de bal
Het identificeren van de bal

Vraag: Mag ik mijn bal identificeren?

Antwoord: Ja. Als u er niet zeker van bent dat een bal van u is, mag u die bal identificeren. Dat is heel verstandig, want u krijgt straf als u een verkeerde bal slaat. Het identificeren van uw bal mag echter alleen onder de volgende voorwaarden:
  • Meldt uw marker of een medespeler dat u wilt controleren of de gevonden bal van u is en geef de marker of een medespeler de gelegenheid om het opnemen van de bal waar te nemen.
  •  Merk de ligplaats van uw bal. Dat kan bijvoorbeeld door een tee of uw pitchfork direct achter de bal te plaatsen.
  •  Neem de bal op en maak deze slechts zover schoon als nodig is om uw merkteken te zien. Om misverstanden te voorkomen doen veel spelers dat bewust tussen duim en wijsvinger.
  •  Wanneer u bovenstaande procedure niet of maar gedeeltelijk volgt dan krijgt u één strafslag.
Als u er wel zeker van bent dat een bal van u is, mag u NIET identificeren. Doet u dat toch dan krijgt u één strafslag.
 
Waarom deze regel?
Dat de marker of medespeler in de gelegenheid moet worden gesteld om het opnemen waar te nemen is om gesjoemel te voorkomen. De speler kan bijvoorbeeld de bal uit een onvoordelige ligging (achter een graspol) opnemen om hem dan vervolgens ergens anders (op de graspol) terug te plaatsen. Wanneer een speler of marker geen aanstalten maakt om te controleren dan kunt u de procedure verder zonder straf vervolgen.
 
Meer weten? Lees Regel 12-2 van de Golfregels.
 
Regel 2 - Bal beweegt na het adresseren
Vraag: Wat moet ik doen wanneer ik mijn bal heb bewogen tijdens het adresseren?

Antwoord: Adresseren ook wel grounden of gronden genoemd is uw clubblad voor uw bal op de grond plaatsen. Indien u dat doet en u raakt per ongeluk met uw club uw bal waardoor deze verrolt dan moet u uw bal terugplaatsen en één strafslag bij uw score optellen. Plaatst u uw bal niet terug en maakt u een slag dan speelt u van een verkeerde plaats en overtreedt u de desbetreffende regel. Dan moet u in plaats van één, twee strafslagen bij uw score optellen.

Uitzonderingen
Er zijn twee belangrijke uitzonderingen op de regel: 
  1. Wanneer het niet uw schuld is dat de bal beweegt bij het adresseren. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer het bekend of praktisch zeker is dat uw bal door een windvlaag verrolt. U moet dan zonder straf de bal spelen waar deze tot stilstand is gekomen. In alle twijfelgevallen wordt de speler geacht de bal te hebben bewogen.
  2. Als de bal na het adresseren op de afslagplaats van de tee rolt omdat u de bal per ongeluk raakt, is er niets aan de hand. De bal is namelijk nog niet in het spel. De bal mag gewoon opnieuw worden opgeteed en gespeeld.“

Nota bene:
Als u uw bal tijdens het zoeken onopzettelijk beweegt dan moet u deze terugplaatsen ten koste van 1 strafslag. U krijgt deze strafslag niet als het gebeurt tijdens zoeken in abnormale terreinomstandigheden. Als u de bal niet terugplaatst, speelt u de bal van de verkeerde plaats en krijgt u 2 strafslagen. Mocht uw medespeler uw bal onopzettelijk bewegen dan moet de bal ook teruggeplaatst worden, maar krijgt u geen strafslag.

Meer  weten? Lees Regel 18-2b van de Golfregel
Regel 3 - Onspeelbare bal
Vraag: Wat is een onspeelbare bal (veelal foutief “onbespeelbare” bal genoemd)?

Antwoord: Het is een misverstand dat een bal pas onspeelbaar is, als hij niet KAN worden gespeeld. U beslist zelf of uw bal onspeelbaar is. Het gaat er niet om dat hij niet meer kan worden gespeeld. Het is al voldoende dat u de bal op die plaats niet wilt spelen. Een absurd voorbeeld: als uw bal op de green 25 cm van de hole ligt, mag u de bal best onspeelbaar verklaren. Dat is niet slim, want het kost één strafslag, maar het mag wel.

Vraag: Waar mag ik een bal onspeelbaar verklaren?

Antwoord: Overal op de baan. Maar niet als de bal in een waterhindernis ligt. Stel, u slaat een bal af en u ziet dat die in een laterale waterhindernis belandt, maar u vindt uw bal in het droge gedeelte van de waterhindernis. U mag die bal dan niet onspeelbaar verklaren. (Tussen haakjes: u mag ook geen provisionele bal slaan.) U moet de bal dan spelen zoals die ligt of de waterhindernisregel toepassen.

Wat moet/mag ik doen?
Het is een misverstand dat er behalve spelen zoals hij ligt maar één mogelijkheid is: droppen binnen twee stoklengten. U moet één strafslag bij uw score optellen en kunt kiezen uit 3 mogelijkheden:
  1. Een bal spelen zo dicht mogelijk bij de plek waar u het laatst hebt geslagen.
  2. Een bal droppen op een rechte lijn, die begint bij de vlag en loopt door de plaats waar de bal lag. Op die lijn mag u zo ver terug als u wilt. Dit kan een handige optie zijn, als u op die manier over het bosje kunt slaan, waar de bal onspeelbaar ligt.
  3. Een bal droppen binnen twee stoklengten van de plek waar de bal lag. Niet dichter bij de hole.
Vraag: Gelden deze drie opties ook als de bal onspeelbaar in een bunker ligt?

Antwoord: Ja, maar bij optie 2 en 3 moet de bal worden gedropt IN de bunker.

Vraag: Mag ik een onspeelbare bal schoonmaken of vervangen door een andere bal?

Antwoord: Ja.

Vraag: Wat is de straf als ik deze Regel overtreed? 

Antwoord: Twee strafslagen.

Waarom deze Regel? Deze Regel is bedoeld om u de gelegenheid te geven door te spelen als de bal op een plaats ligt waar u de bal niet kunt spelen. Dat kan niet zomaar. Het kost een extra slag. We noemen dit een buy-out slag.

Meer weten? Lees Regel 28 van de Golfregels.
 
Regel 4 - Waterhindernis
Algemeen: Als een bal in een waterhindernis wordt geslagen, zou u niet verder kunnen spelen als de golfregels u niet zouden helpen. De regels proberen u een eerlijke kans te geven om verder te spelen zonder u voordeel te geven. Stel dat u een bal in het water slaat en de golfregels zouden het mogelijk maken om zonder strafslag een bal ergens in de buurt van het water te droppen. Wie zou zich dan nog druk maken om een waterhindernis? Het zou het golfspel veel minder een uitdaging maken.

Vraag: Wat is eigenlijk een waterhindernis?

Antwoord: Elke sloot, greppel, meer of vijver. Ook als er geen water in staat.

Vraag: Moet een waterhindernis gemarkeerd zijn?

Antwoord: Nee, dat hoeft niet. Een waterhindernis blijft een waterhindernis volgens de Golfregels, zelfs wanneer deze niet als zodanig is gemarkeerd. Met andere woorden: de vijver op onze hole 11 is ook een waterhindernis als er geen gele paaltjes zouden staan.

Vraag: Wat betekenen de markeringen?

Antwoord: Een gewone waterhindernis wordt gemarkeerd met gele palen. Golfers spreken ook wel van frontaal water, omdat de waterhindernis voor u ligt. De Golfregels kennen die term echter niet. Als er ergens "een waterhindernis" wordt genoemd betekent het dat het geen "laterale waterhindernis" is (zie hierna).
Een waterhindernis die min of meer evenwijdig ligt met de baan is een laterale waterhindernis en wordt gemarkeerd met rode palen. Dit is in ‘t algemeen een waterhindernis waarbij u uw bal niet rechtstreeks over het water naar de green kunt slaan.

Vraag: Ik sla mijn bal richting een waterhindernis maar ik weet niet zeker of mijn bal erin ligt. Mag ik dan aannemen dat hij in de waterhindernis ligt als ik hem daarbuiten niet kan vinden?

Antwoord: Nee. Het moet bekend of praktisch zeker zijn dat de bal in de waterhindernis ligt om de waterhindernisregel toe te mogen passen. Als u uw bal gaat zoeken buiten de waterhindernis dan is het in ieder geval niet bekend dat hij erin ligt. Mocht de omgeving buiten de waterhindernis heel kort gemaaid zijn en u kunt uw bal niet vinden dan is het praktisch zeker dat hij in de waterhindernis ligt. Als het niet bekend of niet praktisch zeker is en u kunt uw bal niet vinden dan is het een verloren bal. 
Indien u en uw medespelers ervan overtuigd zijn dat als u de bal niet vindt deze in de waterhindernis ligt dan hoeft u geen provisionele bal te slaan. Is de bal inderdaad onvindbaar dan moet u de waterhindernisregel toepassen.

Vraag: Mag ik een provisionele bal spelen als mijn bal in een waterhindernis ligt?

Antwoord: Nee. U mag alleen een provisionele bal spelen als u denkt dat uw bal buiten de waterhindernis verloren is.

Vraag: Ik heb een provisionele bal geslagen, omdat ik denk dat hij buiten de waterhindernis verloren is. Dan vind ik mijn bal toch in het water. Mag ik dan toch de waterhindernisregel toepassen?

Antwoord: Ja. Dat moet zelfs. U moet met de originele bal verder spelen of, wanneer hij niet uit water te halen is, met een andere bal verder spelen en de waterhindernisregel toepassen. De provisionele bal moet worden opgegeven.

Vraag: Hoe bepaal ik het punt waar de bal de waterhindernis is ingegaan?

Antwoord: Natuurlijk kan dat nooit op de centimeter worden vastgesteld maar dat punt, het referentiepunt, moet zo nauwkeurig mogelijk worden bepaald. Ook hier kunnen uw medespelers u helpen de juiste beslissing te nemen. Op grote afstand is het niet goed te zien.

Verder spelen bij gewone waterhindernis.

Vraag: Ik heb mijn bal in de vijver bij hole 11 geslagen. De grens van de waterhindernis is daar gemarkeerd met gele palen. Hoe kan ik nu verder spelen?

Antwoord: U heeft 3 mogelijkheden om verder te spelen. Om ze gemakkelijk te onthouden: LIG, LAG, LIJN.
  • LIG: U speelt de bal waar deze ligt: vanuit de waterhindernis (als de bal op een droog plekje ligt).
  • LAG: U gaat terug naar de plaats waar de bal lag: dus naar de plaats waar u de bal het laatst geslagen heeft en speelt daar een nieuwe bal.
  • LIJN: U trekt een denkbeeldige lijn die begint bij de vlag en loopt door de plaats waar de bal de waterhindernis is ingegaan (het referentiepunt). Op die lijn mag u zo ver terug als u wilt om een bal te droppen. Maak daar gebruik van.Vraag: Is dit verder spelen gratis?
Antwoord: Nee. Bij de opties 2. en 3. moet u één strafslag bij uw score optellen.

Vraag: Moet ik nog ergens op letten als ik een bal uit de waterhindernis sla (optie 1.)?

Antwoord: Ja, u mag:
  • niet grounden. Dat wil zeggen: u mag de stok niet op de grond zetten. Doet u dat toch dan kost dat twee strafslagen.
  • geen losse natuurlijke voorwerpen aanraken voordat u een slag naar de bal maakt. Doet u dat toch dan kost ook dit twee strafslagen.
Vraag: Mijn bal ligt op het bruggetje bij hole 10. Hoe moet ik nu verder spelen?

Antwoord: De grens van een waterhindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag. Het bruggetje is een vast obstakel en ligt in de waterhindernis. U mag de waterhindernisregels toepassen: LIG, LAG, LIJN. Als u kiest voor LIG, dan speelt u vanaf het bruggetje. Dat mag. U mag zelfs grounden want u mag een vast obstakel in een waterhindernis aanraken.

Verder spelen bij een laterale waterhindernis 

Vraag: Welke regels mag ik toepassen wanneer mijn bal in een laterale waterhindernis (ter herinnering: gemerkt met rode palen) terecht is gekomen?

Antwoord: Dezelfde regels als bij een gewone waterhindernis, maar u heeft daarbij nog een extra mogelijkheid:

Waar de bal de laterale waterhindernis is ingegaan (het referentiepunt) mag u twee stoklengten afpassen en binnen die stoklengten de bal droppen, maar niet dichter bij de hole. Voor het afmeten mag u uw langste stok gebruiken, ook als u niet met die stok gaat slaan.

De regel dat u aan de overkant van de waterhindernis mag droppen laten we bewust buiten beschouwing omdat die volgend jaar vervalt.                               

Vraag: Ik denk zeker te weten dat ik mijn bal in het water heb geslagen en heb toen een van de opties van de waterhindernisregel gekozen. Even verderop vind ik echter mijn oorspronkelijke bal op de fairway. Wat nu?

Antwoord: Omdat het vanaf de afslagplaats bekend was dat uw bal in de waterhindernis zou liggen, hebt u correct gehandeld door één van de waterhindernisregels toe te passen. Als u daarna de oorspronkelijke bal vindt dan is die bal niet meer in het spel en is het een verloren bal. Speelt u er toch mee verder dan speelt u een verkeerde bal met alle gevolgen van dien.

Meer weten? Lees Regel 26-1 van de Golfregels.        
 
Regel 5 - Spelen van de verkeerde bal
Als u er niet zeker van bent of het uw bal wel is, die in het spel is, en hem niet identificeert, dan loopt u het risico dat u de verkeerde bal speelt. Ook dan zijn de Golfregels uw gids om u te vertellen hoe verder te spelen.

Vraag: Ik heb per abuis een slag gemaakt met de bal van een medespeler. Wat moet ik nu doen?

Antwoord: U moet uw eigen bal zoeken en daarmee verder spelen. De slag met de verkeerde bal telt niet, maar u moet wel 2 strafslagen bij uw score optellen. Uw medespeler mag een andere bal PLAATSEN op de plaats waar zijn bal lag en daarmee de hole uitspelen. De medespeler hoeft dus niet eerst zijn bal te gaan halen!

Vraag: Ik heb mijn bal, op onze baan, vanaf de afslag van hole 1 naar de fairway van hole 17 geslagen en ik weet bijna zeker de plaats waar hij op de fairway moet liggen. Wanneer ik op de plek aankom waar mijn bal zou moeten liggen, vind ik bij die plaats een andere bal. Waarschijnlijk heeft een speler van de groep die hole 17 speelt mijn bal gespeeld. Wat nu?

Antwoord: Als het bekend of praktisch zeker is dat in dit geval een speler van een andere groep uw bal heeft geslagen, dan moet u de plek waar uw bal vermoedelijk lag zo goed mogelijk bepalen en daar een bal droppen. Uiteraard kost u dat geen strafslag. 

U zou ook kunnen proberen, zonder te veel vertraging, naar die groep te gaan en hen te vragen of ze de ballen waarmee ze de hole uitspelen willen identificeren. Mocht een van hen met uw bal hebben gespeeld dan moet die speler teruggaan en zijn bal gaan zoeken. Die speler moet 2 stafslagen bij zijn score optellen. Alle slagen die hij met uw bal heeft geslagen vervallen.

Meer weten? Lees Regel 15-3 van de Golfregels.
 
Regel 6 - Slag en Afstand
Wat betekent handelen volgens slag en afstand?

Antwoord: Handelen volgens slag en afstand is een recht van de speler. U mag te allen tijde een bal spelen zo dicht mogelijk bij de plek waar de oorspronkelijke bal het laatst werd gespeeld. Dat kost dan wel een strafslag.

Vraag: Mag ik ook terug naar de afslagplaats?

Antwoord: Ja, wanneer dat de plaats is van waar u het laatst hebt gespeeld.

Vraag: Mag ik dan ook opteeën?

Antwoord: Ja.

Vraag: Is handelen volgens slag en afstand altijd een recht?

Antwoord: Nee, in twee gevallen bent u verplicht te handelen met de straf van slag en afstand:
  • als uw bal buiten de baan ligt (out of bounds);
  • als uw bal verloren is omdat hij niet binnen 5 minuten is gevonden of niet door u is geïdentificeerd. Op die regel zijn echter wel een paar uitzonderingen (zie Regel 27-1), waar we nu niet op ingaan.
Meer weten? Zie Regel 27-1 van de Golfregels. 
 
Regel 7 - Het spelen van een provisionele bal
Een provisionele bal is een bal die u uit voorzorg slaat, omdat u denkt dat uw bal buiten de baan ligt of verloren is buiten een waterhindernis. Het is belangrijk te weten dat die provisionele bal niet of nog niet in het spel is. Het gaat eigenlijk uitsluitend om het winnen van tijd. Stel dat u geen provisionele bal slaat en dat uw bal misschien wel 150 meter verder ergens in de struiken ligt. Als u uw bal daar niet vindt dan hebt u maar één keus: u moet terug om een nieuwe bal te spelen. Dat wordt wel "the walk of shame" genoemd, omdat een achteropkomende flight daardoor onnodig langer moet wachten. Daarom is het verstandig om bij twijfel, ach die bal vinden we wel, een provisionele bal te spelen.

Vraag: Hoe moet ik een provisionele bal slaan?
Antwoord: Wanneer u op de afslagplaats van plan bent een provisionele bal te slaan dan moet u dat melden aan uw medespelers. Die moeten namelijk weten dat u geen nieuwe bal in het spel brengt, want dat zou u meteen een strafslag kosten.  U moet uw provisionele bal slaan nadat alle andere spelers in uw groep hun eerste bal hebben geslagen. Vertel hen merk en bijzonderheden van uw provisionele bal zodat er geen discussie kan ontstaan als uw provisionele bal landt in de buurt van uw bal in het spel.

Vraag: Mag ik mijn (eerste) bal eerst gaan zoeken?
Antwoord: Nee. Dat is logisch, want het hele idee achter de provisionele bal is om onnodig oponthoud te voorkomen.

Vraag: Mag ik alleen een provisionele bal slaan vanaf de afslagplaats?
Antwoord: Nee. U mag overal in de baan een provisionele bal slaan wanneer uw oorspronkelijke bal in het spel mogelijk onvindbaar zal zijn of buiten de baan ligt. De uitzondering blijft dat dit niet mag wanneer u een bal in een waterhindernis heeft geslagen.        

Vraag: Moet ik nadrukkelijk met zoveel woorden zeggen dat ik een provisionele bal ga slaan? Stel dat ik zeg: “Dit was een slechte bal, ik sla er nog één”. Of een andere kreet van soortgelijke strekking. Mag dat ook geaccepteerd worden als een provisionele bal?
Antwoord: Nee. Wanneer u niet duidelijk meldt dat u een provisionele bal gaat spelen dan slaat u een nieuwe bal. De slag met de nieuwe bal plus een strafslag moet u dan bij de score met uw eerste bal optellen. Als dit bijvoorbeeld op de afslag zou gebeuren dan maakt u dus uw derde slag.

Vraag: Mijn bal in het spel ligt onspeelbaar. Mag ik dan met de provisionele bal verder spelen?
Antwoord: Nee. In dat geval kunt u alleen de regel van de onspeelbare bal toepassen. De provisionele bal is er alleen maar om tijd te winnen, niet om andere regels opzij te zetten.  

Vraag: Hoever mag ik met de provisionele bal doorspelen?
Antwoord: U mag met de provisionele bal doorspelen totdat deze ligt ter hoogte van de vermoedelijke ligplaats van de oorspronkelijke bal of op een plaats dichter bij de hole dan die plaats.

Vraag: Moet ik naar mijn oorspronkelijke bal gaan zoeken als ik een provisionele bal geslagen heb?
Antwoord: Nee. U kunt te allen tijde besluiten verder te spelen met uw provisionele bal, die dan wel de bal in het spel geworden is. Wel met bijtelling van 1 strafslag.

Vraag: Wanneer wordt mijn provisionele bal de bal in het spel?
Antwoord: U mag een provisionele bal spelen totdat u de plaats bereikt hebt waar de oorspronkelijke bal vermoedelijk ligt. Indien u een slag doet met de provisionele bal van de plaats waar de oorspronkelijke bal vermoedelijk ligt, of van een punt dichter bij de hole dan die plaats, is de oorspronkelijke bal verloren en wordt de provisionele bal de bal in het spel met een strafslag.
Indien de oorspronkelijke bal verloren is buiten een waterhindernis, of indien hij buiten de baan ligt, wordt de provisionele bal, ook weer met een strafslag, de bal in het spel.

Vraag: Stel dat mijn originele bal wel gevonden wordt? Wat moet ik dan doen?
Antwoord: Dat hangt ervan af of u de provisionele bal al gespeeld heeft voorbij de vindplaats van de oorspronkelijke bal:
  • Hebt u de provisionele bal daar al voorbij gespeeld, dan is dat de bal in het spel.
  • Hebt u de provisionele bal nog niet voorbij dat punt gespeeld, dan MOETu verder spelen met de oorspronkelijke bal. U MOET de provisionele bal opgeven. Alle slagen, inclusief de strafslagen, met de provisionele bal gemaakt vervallen.
Vraag: Stel dat ik in het geval onder 2. toch de provisionele bal sla.
Antwoord: Als u een slag maakt naar de provisionele bal wanneer de oorspronkelijke bal al is gevonden, dan speelt u een verkeerde bal. In dat geval gelden de regels voor het spelen van een verkeerde bal.   

Meer weten? Lees Regel 27-2b van de Golfregels. 
 
 
Regel 8 - Slag, airshot, oefenswing en oefenslag
Het aantal slagen dat een speler naar de bal doet bepaalt zijn resultaat.
Het is daarom cruciaal dat spelers weten wat een slag is … en wat niet.


Vraag: Wat is een slag naar de bal?
Antwoord: De golfregels geven een duidelijke definitie van een slag: ‘Een speler heeft een slag naar de bal gemaakt wanneer hij met zijn club de voorwaartse beweging maakt met de bedoeling de bal te slaan en in beweging te brengen.’

Vraag: Is het ook een slag naar de bal als ik over de bal heen sla?
Antwoord: Ja, zolang er maar een voorwaartse beweging met de club wordt gemaakt met de bedoeling de bal te slaan. Dat die bedoeling niet het gewenste effect heeft doet niet ter zake. Ook een slag in de lucht, een airshot, is dus een slag en telt gewoon als een slag.

Vraag: Ik sla op de afslagplaats over de bal heen (airshot) en de bal rolt van de tee. Is dat een slag?
Antwoord: Ja, want u had de bedoeling de bal te slaan. De bal is dus in het spel.

Vraag: Wat gebeurt er als ik die bal op de tee terug plaats en sla?
Antwoord: De bal was in het spel met het airshot (eerste slag). Door de bal op de tee terug te plaatsen, speelt u een nieuwe bal (met een strafslag). De volgende slag naar die bal is dus de derde slag. NB: dat is iets anders dan de bal die bij het adresseren van de tee valt. Waarom? Die bal is nog niet in het spel. Die mag dus gewoon op de tee terug worden geplaatst en geslagen (eerste slag). 

Vraag: Wat is een oefenswing?
Antwoord: U maakt gewoonlijk één of enkele oefenswings voordat u de bal wilt slaan. Omdat u niet de bedoeling hebt de bal te slaan met die oefenswings, zijn het geen slagen.

Vraag: Ik maak op de afslagplaats voor mijn bal enkele oefenswings en raak per ongeluk mijn bal die daardoor verrolt. Krijg ik nu een strafslag?
Antwoord: Nee, want het was niet uw bedoeling de bal te raken. U mag de bal zonder strafslag weer op de tee zetten, want de bal is nog niet in het spel.

Vraag: Mijn bal is in het spel. Ik maak een paar oefenswings en raak mijn bal. Wat nu?
Antwoord: U bepaalt zelf of u de bedoeling had de bal te slaan (slag) of gewoon wilde oefenen zonder de bal te raken (oefenswing). U weet dat zelf het beste en uw medespelers zien het meestal ook wel. Een beetje eerlijkheid zal u de naam opleveren van een sportieve speler. Er zijn twee mogelijkheden. Bepaalt u dat het een slag was (ook al is het geen beste), dan telt die gewoon. Bepaalt u dat het een oefenswing was dan hebt u de bal bewogen. U moet de bal dan terugplaatsen en een strafslag bij uw score optellen.

Vraag: Ik ben nog niet aan de beurt om mijn bal, die in het spel is, te spelen, ik drop nog een bal en maak een paar oefenchips met die bal. Mag dat?
Antwoord: Nee. U mag tijdens het spelen van een hole geen oefenslagen of oefenchips maken. Doet u dat toch, dan kost dat twee strafslagen. 

Voorbeeld: In de buurt van de green van hole 9 liggen nogal wat rangeballen. Zou u zo’n bal terugslaan naar de drivingrange, dan speelt u de verkeerde bal, 2 strafslagen.

Meer weten? Lees Regel 7, definities, en Regel 18-2 van de Golfregels.
 
Regel 9 - Bal in het spel op de verkeerde green
Als we de zomergreens gebruiken dan komt het niet vaak voor dat uw bal op de verkeerde green terecht komt. Als er in de winterperiode gebruik gemaakt moet worden van wintergreens zal het vaker gebeuren dat uw bal per ongeluk op een zomergreen belandt. De zomergreens zijn dan ‘verkeerde greens.’

Vraag: Wat is een verkeerde green?
Antwoord: Een verkeerde green is elke andere green dan die van de hole waarop wordt gespeeld. Als de Commissie heeft aangegeven dat op wintergreens moet worden gespeeld zijn de zomergreens ‘verkeerde greens.’

Vraag: Mijn bal ligt op een zomergreen. Mag ik dan wel vanaf de zomergreen spelen?
Antwoord: Nee. Als uw bal op een verkeerde green ligt mag u die niet spelen zoals die ligt. Ook niet met een putter.

Vraag: Hoe moet ik dan verder spelen?
Antwoord: Als uw bal op een verkeerde green ligt mag u zonder straf de green ontwijken.

Vraag: Hoe doe ik dat?
Antwoord: U markeert de bal en neemt hem op. U mag de bal schoonmaken. U bepaalt het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering. Dat mag niet in een hindernis of op een green zijn. Vanaf dat punt moet de bal binnen één stoklengte en niet dichter bij de hole – van de goede green – worden gedropt.

Vraag: Ik heb mijn bal op die manier gedropt, maar nu sta ik nog – half – op die green. Wat nu?
Antwoord: Geen probleem. Het is geen belemmering door een verkeerde green wanneer u uw stand inneemt op de verkeerde green.

Vraag: Dus als mijn bal NIET op de verkeerde green maar er net buiten ligt en ik neem mijn stand in op deze green, dan mag ik de bal spelen zoals hij ligt?
Antwoord: Ja.

Vraag: Tussen de fairway en de green is ook nog een stuk gras dat wat minder kort is gemaaid dan de green, maar korter dan de fairway. Is dat ook een deel van de green?
Antwoord: Nee. Dat heet de voorgreen, ook wel apron of fringe genoemd. De voorgreen is geen deel van de green. Daarom mag je vanaf de voorgreen bij het putten de vlag raken.

Meer weten? Lees Regel 25.3 van de Golfregels.    
 
Regel 10 - Het ontwijken van een vast obstakel
Algemeen

Een vast obstakel, het woord zegt het al, is moeilijk of helemaal niet te verplaatsen en is kunstmatig. Vaste obstakels zijn een noodzakelijk kwaad. Voor het golfspel zouden ze er beter niet kunnen zijn. Ze kunnen het spel bederven. Vandaar dat u een vast obstakel mag ontwijken zodat u er geen last meer van hebt.


Vraag: Wanneer mag ik een vast obstakel ontwijken?
Antwoord: Dat mag als uw bal daarin of op ligt en als u last hebt bij het innemen van uw stand of het maken van een slag.

Vraag: Krijg ik dan een strafslag?
Antwoord: Nee.

Vraag: En als het vast obstakel, bijvoorbeeld een schuilhut, in mijn speellijn staat?
Antwoord: In dat geval mag u het vast obstakel niet ontwijken. Met andere woorden: gewoon spelen.

Vraag: Hoe moet ik een vast obstakel ontwijken?
Antwoord: U zoekt het dichtstbijzijnde punt, niet dichter bij de hole, waar, als uw bal daar zou liggen, het vast obstakel volledig wordt ontweken. Dat heet ook wel "het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering" of het "Nearest Point of Relief". Vanaf dat punt mag u binnen één stoklengte een bal droppen, niet dichter bij de hole. U moet dat dichtstbijzijnde punt zo nauwkeurig mogelijk bepalen. Het kan er gewoonlijk maar eentje zijn.

Vraag: Kan dit met een voorbeeld worden toegelicht?
Antwoord: Onderstaande tekening geeft weer hoe u een pad, voorzien van een kunstmatige bedekking, mag ontwijken. Let vooral op het dichtstbijzijnde punt X dat zo nauwkeurig mogelijk moet worden vastgesteld. U doet dat met de stok die u zou gebruiken als het pad er niet zou zijn geweest. U maakt met die stok swingbewegingen waarbij u zich verplaatst, niet dichter bij de hole, totdat u met uw stand en swing geen last meer heeft van het pad. Vanaf dat dichtstbijzijnd punt mag u een bal droppen binnen één stoklengte. Dat hoeft niet de stok te zijn die u al had gebruikt voor de swingbewegingen. U mag ook de driver pakken. Het droppen mag niet dichter bij de hole. Gebied A geeft de ruimte weer binnen één stoklengte. Vervolgens maakt u de keuze met welke stok u wilt slaan. Dat mag dus een derde stok zijn.


Vraag :  Als ik mijn bal heb gedropt en ik wil mijn bal slaan dan sta ik nog op het pad. Mag dat?
Antwoord: Nee, wanneer u het pad volgens de regel wilt ontwijken, dan moet dit volledig gebeuren. Doet u dat niet, dan slaat u de betreffende regel in de wind en incasseert u 2 strafslagen         
  
Vraag: Op hole 9 ligt mijn bal tegen het out-of-bounds-net van de drivingrange. Mag ik dit net zonder straf ontwijken? 
Antwoord: Nee. Het out-of-bounds-net staat buiten de baan en is geen vast obstakel volgens de Golfregels. Ook palen of hekken die out-of-bounds aangeven staan buiten de baan. Als u uw bal niet kunt spelen zoals hij ligt, dan rest u de mogelijkheid om gebruik te maken van de Regel ‘Onspeelbare Bal.’

Meer weten? Lees Regel 24-2a en b van de Golfregels.
 
 
Tenslotte:

Play the course as you find it. Play the ball as it lies. 
And if you can't do either, do what is FAIR.
But to do what is fair you need to know the rules of golf.