Golf ABC



Golf is een sport met veel vreemde woorden. Wij hebben de meest belangrijke woorden van het golfspel op deze website vermeld. Je hoeft ze echt niet uit je hoofd te leren! Je leert ze vanzelf tijdens je lessen.

Dit is meer een lijstje als je een keer even iets niet weet en wilt opzoeken.

Bedenk wel: er zijn nog veel meer woorden maar dit zijn de belangrijkste!
 
A t/m C
Aanharken
Als je vanuit de bunker hebt geslagen hark je daarna de bunker natuurlijk even netjes aan! Zo heeft de bal van de speler die na jou in de bunker terechtkomt ook een goede ligging.

Baan
De baan wordt gevormd door het gehele golfterrein. De grens van de baan wordt aangegeven door witte palen.

Baan permissie
Baanpermissie krijg je als je al aardig kunt golfen, de golfprofessional geeft dat aan. Verder moet je het boekje met de regellessen voor jeugdige golfers hebben gelezen. Als je baanpermissie hebt mag je niet alleen de baan in maar altijd met een golfer die een GVB heeft.

Birdie en Bogey
Als je een hole in 1 slag minder dan Par uitspeelt noem je dat een Birdie. Heb je 1 slag meer dan Par nodig dan heb je op die hole een Bogey gespeeld.

Buggy
Een golfautootje.

Buiten de baan (out of bounds)
De baan wordt begrensd door witte palen. Deze palen geven de buitengrens van de baan aan. Komt je bal buiten de witte palen dan is je bal out of bounds.

Bunker
Deze hindernis is een kuil met zand op de golfbaan.

Caddiemaster
De baas over de starttijden. Bij hem/haar meld je je voordat je de baan ingaat.

Chip of chip slag
Speciale slag techniek waarbij geprobeerd wordt de bal over een korte afstand zo dicht mogelijk bij de hole te slaan.

Chipping green
De oefenplaats waar je de chipslag kunt oefenen.

Club
Stok waar je de golfbal mee slaat.

Clubblad
Deel van de club waar je de bal mee raakt.

Clubhandicap
Een clubhandicap is de handicap die je krijgt nadat je je eerste q-kaarten en wedstrijden gaat spelen. Je begint met clubhandicap 54 en kan die verlagen tot 36. Als je handicap onder de 36 komt dan noem je dat een EGA handicap.
 
D t/m G
Driver
De grootste en langste club die we kennen. Deze club is bedoeld om heel ver te slaan.

Driving range
Een plaats om je slag te oefenen

Droppen
De bal op voorgeschreven wijze laten vallen.

Etiquette
Volgens velen het moeilijkste onderdeel van golf: jongens blijven altijd een heer en meisjes blijven altijd een dame:
  1. Je schreeuwt en vloekt niet in de baan.
  2. Je smijt niet met clubs.
  3. Je slaat niet opzettelijk met je clubs op de grond.
  4. Een bal slaan als een flight voor je binnen je slagbereik is doe je niet.
  5. Loopt de flight voor je niet snel genoeg door dan vraag je of je mag passeren, je loopt niet zo maar voorbij.
  6. Word je gevraagd of een achteropkomende flight jou mag passeren dan sta je dat toe als die flight sneller loopt dan jij.
Natuurlijk zal je mee maken dat niet iedereen de etiquette kent en deze naleeft. Ook dan word je niet boos, maar je blijft dame of heer!

Fairway
Het gras tussen de tee en de green; een fairway is altijd wat korter gemaaid dan de rough.

Flight
Een groep van ten hoogste 4 golfers die gelijktijdig start en eindigt

FORE!
Sla je een bal dan roep je altijd FORE! wanneer er andere mensen lopen in de richting waarheen jouw bal gaat. Hiermee waarschuw je de die mensen dat er een bal in hun richting kan komen. Hoor je FORE! dan duik je ineen en bescherm je je hoofd.

Green
Van speciaal gras voorzien deel van de hole waar de vlag staat. De green moet altijd zorgvuldig behandeld worden!

Green keeper
De "tuinman". Hij onderhoudt de golfbaan. Als de green keeper (of iemand anders) binnen slag afstand staat dan sla je de bal niet maar wacht je tot de greenkeeper je een teken geeft dat je mag slaan of tot de greenkeeper voldoende afstand heeft genomen.

Grip
Deel van de club waar je de club vasthoudt. Meestal gemaakt van rubber.
 
H t/m O
Handicap (golf handicap)
Een getal tussen de 54 en 0 waarmee de speelsterkte van een speler wordt aangegeven. Hoe lager het getal hoe beter de speler

Handicap verrekening
Een systeem waarbij het verschil in handicap tussen twee golfers wordt gecorrigeerd.

Hindernis
Water, bunker of een obstakel in de baan. Een waterhindernis wordt aangegeven door gekleurde paaltjes (geel of rood)

Hole
Het stuk van de baan dat begint bij de tee box en eindigt bij de green.

Hole in One
Je staat op de tee van een par 3 en met een prachtige swing sla je je bal richting de green. Je ziet hem recht op de vlag afgaan en hij verdwijnt in de hole!  Wouw, dat is nou een HOLE IN ONE!

Hybrid
Een speciale club met een zwaar clubhoofd.

IJzers
Golfclubs.

Kleding
Als je gaat golfen, wil je leuke kleding aan waarin je je soepel kunt bewegen. Bij ons ziet iedereen er verzorgd uit. Een spijkerbroek mag best, maar niet die stoere met scheuren en kale plekken. En altijd … petje af in het clubhuis én als je jouw flightgenoten bedankt na een wedstrijd!

Lobshot
Een lobshot is een kort, hoog schot, dat meteen stilligt na de landing.

Marker (2 betekenissen!)
Een klein rond, plat voorwerp dat je achter je bal legt om de plek waar je bal op de green ligt te markeren. Nadat je je bal gemarkeerd hebt mag je je bal oppakken en schoon maken. Let wel op: alleen als je bal op de green ligt!Een marker kan ook een persoon zijn die voor jou je score noteert.

én

Een marker is iemand die de score noteert van een speler tijdens een wedstrijd of qualifying ronde.

Marshall
De baas in de baan. Hij/zij let op dat alles in de baan gaat zoals het hoort. Je herkent de Marshall aan het bord Marshall op de buggy waar hij/zij mee door de baan crosst.

Matchplay
Golfers spelen per hole tegen elkaar. Per hole kan gewonnen, verloren of gelijkgespeeld worden. De golfer die de meeste holes heeft gewonnen wint de wedstrijd.

NGF
De NGF is de Nederlandse Golf Federatie, het overkoepelend orgaan voor alle golfers in Nederland.

Out of bounds
Out of bounds: buiten de baan. Jammer je hebt de bal buiten de baan geslagen! Opnieuw slaan van af dezelfde plek en je krijgt een strafslag.
 
P t/m Z
Pitch
Speciale slagtechniek waarbij geprobeerd wordt de bal over een afstand van 30 tot 60 meter zo dicht mogelijk bij de hole te slaan.

Pitchfork
Een metalen vorkje met twee tanden waar je pitchmarks mee kunt repareren (Verplicht bij je hebben).

Pitchmark
De put die je bal maakt in de green. Deze put repareer je altijd met je pitchfork voordat je de green verlaat.

Plaatsen
De bal op voorgeschreven wijze neerleggen.

Professional of Pro
De golfleraar.

Putter
Een speciale club speciaal gemaakt voor de laatste slag op de green waarmee je de bal in de hole (het gaatje) slaat.

Putting green
De oefenplaats waar je het putten kan oefenen.

Qualifying card
Een scorecard waarvan je van te voren hebt gezegd dat je hem inlevert voor de handicap bepaling.

Rough
Het stuk van een hole dat niet de tee, green of fairway is. De rough is altijd minder laag gemaaid dan de fairway

Scorecard
Op de scorecard zet je achter het hole nummer het aantal slagen (ook je strafslagen) dat je nodig hebt gehad om de hole helemaal uit te spelen. Als regel noteer je niet je eigen slagen maar die van je medespeler.

Shaft
De steel van de golfclub

Stableford punten
Als je je aantal slagen hebt genoteerd kan je berekenen hoeveel stableford punten je hebt gespeeld. Deze stablefordpunten worden gebruikt om je golf handicap te berekenen.

Strafslag
De golfregels zijn heel streng! Je kunt een of meer strafslagen krijgen. Hoeveel strafslagen je krijgt hangt af van wat er precies gebeurd is. Strafslagen zijn niet erg! Ze horen gewoon bij golf en iedereen krijgt ze. De kunst is natuurlijk om geen strafslagen op te lopen!

Stroke play (stroke play wedstrijd)
Bij een stroke play wedstrijd wordt het aantal slagen geteld dat een golfer nodig heeft om de hele baan te spelen. De golfer met de minste slagen is de winnaar.

Swing of golfswing
De beweging die je maakt als je je golfclub naar achteren en vervolgens naar voren beweegt om de bal te slaan.

Tee
Het stokje waar je je bal op plaatst als je afslaat.

Tee time
De tijd waarop je afslaat op hole 1. Deze tijd krijg je door van de caddiemaster. Je zorgt ervoor dat je altijd 10 minuten voor je tee time klaar staat bij hole 1.

Vlag
Op iedere green staat een vlag. Op de plek van de vlag moet de bal in het gaatje komen.

Waterhindernis
Een sloot, rivier of vijver op de golfbaan

Wedges
Speciale ijzers om hoog en minder ver te slaan